Friday, 21 November 2008

Woede en wraak

#1 Omgaan met wraak.

“Zeg niet: ‘Zoals hij mij heeft gedaan, doe ik hem! Ik zal die man naar zijn werken vergelden!’” (Spr 24:29 WV78)
Indien men onrechtvaardig is bejegend kan de ontevredenheid hier over wel eens de zin oproepen om te denken dat het zelfde over die persoon mag komen. Dat is echter een houding die wij moeten vermijden. Wij mogen ons niet verlagen tot het zeggen van: ‘Wat hij mij heeft aangedaan, doe ik hem aan. Ik betaal hem met gelijke munt.’ (Spr 24:29 NBV)
“Zeg toch niet: ‘Ik zal het kwaad vergelden.’ Vertrouw op Jahwe en Hij zal u bevrijden.” (Spr 20:22 WV78)
Het heeft geen zin om wraakgevoelens te laten opwellen om dat je je beledigt voelt of omdat er iemand onrecht heeft aan gedaan. Omdat die persoon ons kwaad heeft gedaan en wel woede zou willen uitlokken bij ons moeten wij hier tegenover sterker staan. Wraak nemen mag niet op onze lippen komen. “Vergeldt niemand kwaad met kwaad. Hebt het goede voor met alle mensen.” (Ro 12:17 WV78). Wij moeten het aan Jehovah over laten hoe Hij wil omgaan met de aan ons kwaad berokkende.“Zeg niet: Ik zal kwaad vergelden! wacht op den Heer, dat hij u helpe.” (Spr 20:22 LEI) of “Zeg niet: ik wil het kwaadvergelden; wacht op den Heer, die zal u recht  verschaffen.” (Spr 20:22 LU) Jehovah zal je helpen indien wij ook aan Hem de kans geven ons te helpen en bij te staan, de andere op zijn of haar plaats te zetten. Alleen Jehovah heeft het recht om wraak te nemen, oordelen te vellen of om gerechtigheid te beoordelen en er naar te belonen of te bestraffen.
“Wreekt u niet, geliefden maar laat dat over aan den Toorn; want er staat  geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, spreekt de  Heer.” (Ro 12:19 LEI)
wraak is enkel Gods voorrecht. Wie zich zelf wil wreken loopt de kans zelf het voorrecht te verliezen en zijn kansen te verbeuren bij de Rechter Christus om zich op Jehovah's recht te beroepen.
Door ons op een Christelijk onjuiste manier te verzetten tegen de boosdoeners zouden wij ons onjuist opstellen in de ogen van Jehovah en Zijn toorn over ons laten komen. “zo immers stapelt gij gloeiende kolen op zijn hoofd en Jahwe zal het u vergelden.” (Spr 25:22 WV78)
Ook al is het niet makkelijk moeten wij zelfs medelijden hebben met diegene die ons zo vernedert en aan valt.
“Maar ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht, doch als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. En als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed. En als iemand u vordert een mijl met hem te gaan, ga er dan twee met hem. Geef aan wie u vraagt, en wend u niet af als iemand van u lenen wil. Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,” (Mt 5:39-44 WV78)
“Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat het over aan Gods gerechtigheid; er staat immers geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal vergelden, zegt de Heer.” (Ro 12:19 WV78)
“Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwint het kwade door het goede.” (Ro 12:21 WV78)
“Zorgt dat niemand kwaad met kwaad vergeldt. Streeft steeds naar wat goed is voor elkaar en voor alle mensen.” (1Th 5:15 WV78)
Wraak is enkel de uiting van het boze.
Onze wrok moeten wij opzij schuiven. Wij moeten ons boven de vernedering stellen door ons niet te verlagen hetzelfde te gaan doen. Naar de betichter moeten wij zelfs ons open hart laten zien. “Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” (Mt 5:44-45 WV78)

#2 Wrok verwerpen.


Haat, nijd en jaloezie zijn elementen welke wraak doen ontstaan en moeilijkheden in deze wereld brengen.
Als iedereen zelf wraak zou nemen voor een onrecht dat hem of haar aangedaan werd, zal er moeilijk een einde komen aan de strijd op deze aarde. Want telkenmale als er iemand iets verkeerd doet, zal een ander er ook mee slachtoffer van zijn.
Oog om oog, tand om tand kan slechts een spiraal van geweld doen ontstaan.
“Een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet.” (Ex 21:24 WV78)
God heeft nooit het letterlijke bedoeld, maar wel het equivalente. Plus zette Hij er tegen over dat men steeds moest na gaan in welke mate zulk een straf gerechtvaardigd zou kunnen worden. Eveneens riep Jezus ons op diep in ons hart te kijken en na te gaan of wij wel zonder fouten waren.

“Waarom kijkt gij naar de splinter in het oog van uw broeder en merkt gij de balk niet op in uw eigen oog? Of hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: laat mij de splinter uit uw oog halen, en zie, in uw eigen oog zit de balk nog! Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, en dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen uit het oog van uw broeder.” (Mt 7:3-5 WV78)

“Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog voor oog, en tand voor tand. Maar Ik zeg u, dat gij de boze geen wederstand biedt; ja, indien iemand  op de rechterwang slaat, keert hem ook de linker toe: En zo iemand met u voor het gerecht wil gaan, om uw onderkleed te nemen,  laat hem ook de mantel: En wie u dwingen wil een mijl wegs met hem te gaan, ga er twee met hem. Geef degene, die iets van u vraagt, en wijs niet af, die van u lenen wil. Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Uw naaste zult gij liefhebben, maar  uw vijand moogt gij haten. Doch Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent die u vloeken, doet wel  degenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld aandoen en u  vervolgen; Opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemel is; want Hij  doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen  en onrechtvaardigen.” (Mt 5:38-45 PALM)
Zij die valselijk beschuldigen vrezen de waarheid niet. Zij hebben nog minder oog op de toekomst.
Wij als Christenen moeten wel onze ogen gericht hebben naar het toekomend Rijk van God. Wij moeten beseffen dat er een Oordeel zal geveld worden over al onze verrichtingen. Gaan wij dan ons denken steeds kunnen verdedigen ten goede? Hier voor horen wij God te vrezen.
“Weet: Gods oog rust op wie Hem vrezen, die van Hem de genade verbeiden,” (Ps 33:18 WV78)
“Hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter uit uw oog halen, terwijl ge de balk in uw eigen oog niet opmerkt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, en dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen die in het oog van uw broeder zit.” (Lu 6:42 WV78)
Eerst moeten wij steeds met ons zelf in het reine staan. Daarna moeten wij zeker zijn dat onze gevoelens tegenover anderen de goede zijn.
“Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is.” (Mt 6:1 WV78

“Het oog is de lamp van het lichaam. Is dus uw oog gezond, dan is uw gehele  lichaam verlicht; maar is het ziek, dan is uw gehele lichaam in het duister. Indien dan uw  inwendig licht verduisterd is, hoe groot moet die duisternis zijn!” (Mt 6:22-23 LEI)
Er zullen steeds mensen zijn die ons op de zenuwen werken of kwaad zullen doen tegenover ons. Onze houding tegenover hen mag echter geen verder kwaad uit lokken en moet zuiver van geest zijn.
Hoe moeilijk het ook mag zijn moeten wij trachten onze Christelijke liefde ook voor deze boosdoeners over te hebben. Waar ligt trouwens het verschil tussen een heiden en een Christen als je weet dat een heiden ook zijn vrienden bemint.
“De lamp van het lichaam is het oog. Wanneer dus uw oog helder is, zal heel uw lichaam verlicht zijn.” (Mt 6:22 WV78)
Wij moeten onze gedachten vrij van wrok maken en dit ook laten uitstralen en anderen er ook toe aan zetten die vrede verder uit te dragen.
Wij moeten de lastige zaken van ons afzetten. De onjuiste gedachten moeten wij verbannen. Wraak is iets dat niet aanwezig hoort te zijn in het boek dat wij op het Laatste Oordeel voor Christus gaan aanbieden.
“Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u met een oog het Leven binnen te gaan, dan in het bezit van twee ogen geworpen te worden in het vuur van de hel.” (Mt 18:9 WV78)

“Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit;” (Mr 9:46 WV78)
Wrok zal geen oplossing brengen. daarom heeft het geen zin om het te laten groeien en de omgeving te laten verzuren.
“Wend mijn oog af van al wat geen zin heeft; geef, langs uw weg, mij werkelijk leven.” (Ps 119:37 WV78)
In de plaats van ons op wraak toe te leggen, moeten wij de woede trachten te overwinnen zonder de negatieve gedachten als heerlijke oplos brengers te gaan aanschouwen. al het negatieve zal vast en zeker geen goede oplossing brengen. aan dat negatieve hoeven wij dus eigenlijk verder geen aandacht te schenken. Het Goede Nieuws en de Levenswijze naar de Blijde Boodschap horen het toekomstgericht denken te voeden op een positieve manier.
“Wie onder u heeft hier aandacht aan besteed, de oren gespitst en er met het oog op later naar geluisterd?” (Jes 42:23 WV78)
Verwerp elk gevoelen van begeren naar wraak. Zet stille haat of een behoefte om zich te wreken van je af en laat je wijze van voorbeeldig leven de beshuldigingen ontkrachten en de wraaklustigen ontwapenen.
“Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.” (Mt 5:16 WV78)

#3 Woede en ontkenning van wrok.

Woede zal steeds kunnen opkomen als wij niet beseffen welk een kwaad er algemeen op de wereld heerst.
Een erkenning van het onrecht en leed in deze wereld zal ons ieder in woede doen uitbarsten.
Indien wij niet willen inzien dat zonde al de ongemakken van deze wereld veroorzaakt, zullen wij nog dikwijls verontwaardigt opkijken en ons geërgerd voelen.
Als wij over de mooiheid van het leven spreken zal men ons steeds uitlachen en kleinerend bekijken.
Er is boosheid in de wereld, en zelfgenoegzaamheid heerst overal tussen mensen gevuld met haat en nijd, doorspekt met jaloezie. Het kwade ligt in wezen in de menselijke natuur ingebakken.
Indien je er toe komt te erkennen dat zo wel jezelf als de  ander vol met kwaadheid zit, of vol zonde is, dan zal je ook kunnen merken dat niemand echt recht heeft om woede te laten komen over de ander.
Het inzien van de kwade bedoelingen bij de ander hoeft geen breuk in vriendschappelijke banden te vormen of een verwerping van zijn mens zijn op te roepen. Integendeel moeten wij als Christen dan besef opbrengen voor de zwakheden van die persoon. Het kan een mutueel respect doen opkomen met besef van elkaars tekortkomingen en met de gedachte om elkaar daarin te helpen.
De zuivere mens is niet diegene zonder smet, maar diegene welke zich van smet kan weerhouden. Onschuld is het karakteristieke van een kind. Wij moeten terug groeien in ons geloof als het terug willen onschuldig zijn als een kind. In die mate dat wij fouten proberen te vermijden en er niet in vallen verkeerd in te gaan tegen hen die fout doen tegenover ons.
Als wij durven inzien hoe anderen weerwerk willen voeren, gaan wij er ons ook beter kunnen tegen bewapenen. Ons verzet moet een reageren uit liefde zijn, één zonder wrok, noch woede.