Friday, 26 December 2008

Beter het einde van iets dan het begin

“Beter iets aan het einde beoordelen dan aan het begin, beter geduldig zijn dan verwaand.” (Pre 7:8 WV78) 
 
Soms is het niet makkelijk om het geduld op te brengen om na te gaan hoe dat alles verloopt, en krijgen sommigen de zin om zaken reeds voor bekeken te beschouwen of als onhaalbaar voor deze zich zelf hebben kunnen bewijzen.
Anderen voelen zich makkelijk aangevallen als hun lopende activiteiten bekritiseerd worden.
Zij voelen zich makkelijk aangevallen als hun werk beoordeeld wordt. Dit kan zo ver gaan dat zij ofwel die activiteiten stoppen of dat zij in het tegenoffensief gaan.
 
Voor de maatschappij kan iets lichtzinnig of absurd lijken. Indien wij geestelijk werk verrichten zullen wij dikwijls op een muur van onbegrip botsen en moeten horen dat onze plannen onhaalbaar zijn.
Omtrent dit alles kunnen wij dan best onze kalmte bewaren, ons niet te druk maken, en toch proberen goed te luisteren wat die anderen te zeggen hebben en goed na te gaan waar zij juist zijn in hun denken en waar zij ons richtingen kunnen aangeven, zonder dat zij het misschien zelf beseffen. Het inzicht in de Heilige Schrift en onze betrachtingen na te gaan hoe deze maatschappij draait zullen ons mogelijkheden doen vinden om wijs te handelen en toch te slagen.
 
In al het werk dat wij willen gaan verrichten moeten wij er zorg voor dragen dat wij onze naam steeds zuiver houden en geen kans geven om er een smet op te laten komen. (Pre 7:1)
Steeds moeten wij er blijven aan denken dat wij het goede voorbeeld moeten geven en verdraagzaam de kritiek zullen moeten kunnen weerstaan (Efe 4:2). Vol deemoed, mildheid, zachtheid, vriendelijkheid, ingetogenheid en zelfbeheersing moeten wij trachten vredevol en geduldig, welwillend en trouw verder vooruit te gaan in ons leven zo als God het wil en met de betrachting Gods Maatstaven na te leven en het werk te verrichten dat Hij volbracht zou willen zien.
 
Iets dat wij hebben kunnen voleindigen zal steeds beter zijn dan deze dingen die worden aangevangen maar nooit tot een einde komen.
 
 (Spreuken 7:9; 19:11;Prediker 7:8-9; Jakobus 1:19)