Sunday, 20 December 2009

Van goede moed zijnde om de wedloop te voleindigen


“We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen.” (2Co 5:8 NBV)

“Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert.” (2Ti 4:6 NBV)

“Ik moet een doop ondergaan, en ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is.” (Lu 12:50 NBV)

“Hoezeer mijn huid ook is geschonden, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen.” (Job 19:26 NBV)

“(49:16) Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen. \@sela\@ (49:17) Wees niet bevreesd als iemand rijk wordt, een groter huis heeft en meer weelde.” (Ps 49:15-16 NBV)

“Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’” (Lu 23:43 NBV)

“Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben.” (Joh 14:3 NBV)

“Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd.” (Joh 17:24 NBV)

“Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’” (Hnd 7:59 NBV)

“Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid.” (1Co 5:8 NBV)

“U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien. U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.” (Ps 16:10-11 NBV)

“mijn voeten volgden uw spoor, mijn stappen wankelden niet.” (Ps 17:5 NBV)

“en leidt mij volgens uw plan. Dan neemt u mij weg, met eer bekleed. Wie buiten u heb ik in de hemel? Naast u wens ik geen ander op aarde. Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam, de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd.” (Ps 73:24-26 NBV)

“Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren wit gewassen met het bloed van het lam. Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn tempel om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen. Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen. Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.’” (Opb 7:14-17 NBV)

“Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’” (Opb 14:13 NBV)


Voor een bezinning hier rond zie > Verlangen om ontbonden te worden (http://bijbelonderzoekers.multiply.com/journal/item/1072/Verlangen_om_ontbonden_te_worden)

Engelse Bijbelvertaling in American Standard Version / English ASV version > Being of good courage running the race