Wednesday, 2 November 2011

Hebreeuws en Aramees vs Germaanse talen

Hebreeuws behoort tot de Semitische tak van de Afro-Aziatische talen. Hierdoor is het Hebreeuws verwant aan andere Semitische talen als het Arabisch, Aramees en Akkadisch en in mindere mate ook aan andere Afro-Aziatische talen als het Amhaars, Berbers en het Egyptisch. De Thora bevat de oudste vorm van Hebreeuws. Het Hebreeuws werd opnieuw een levende taal begin 19e eeuw, waarbij het onder met name seculiere joden geleidelijk een aantal andere door joden gesproken talen, zoals Jiddisch en Ladino, tot op zekere hoogte verving.

Jezus sprak Aramees in de omgang en in de tempel sprak hij het gebruikelijke Hebreeuws. De geschriften uit zijn tijd werden veelvuldig ook in het Aramees opgesteld.

Om die reden nemen wij voor dit academisch jaar de Aramese Bijbels ter hand voor onze Dagelijkse lezingen en in onze dienst.In het Nederlands zullen wij "De Geschriften" en de "AEDNT" of Aremaic English Dutch New Testament gebruiken. In het Engels de equivalent Aramaic English New Testament en "The Sricptures".

 Een kenmerk van veel Semitische talen, waaronder het Hebreeuws, is het zogenaamde triconsonantalisme. Bijna alle woorden kunnen herleid worden tot drie consonanten (medeklinkers), de radicalen, die de wortel (radix) van het woord vormen. Sommige radicaalstammen zijn 'afgesleten' of 'uitgehold', zodat er soms nog maar twee radicalen zichtbaar zijn. Er zijn ook stammen die uit meer dan drie radicalen bestaan, soms onder invloed van andere talen. En dan zijn er nog de leenwoorden, waarvoor de linguïstische wetten van het Hebreeuws uiteraard niet gelden. Hoewel het Jiddisch veel Hebreeuwse en Aramese woorden bevat, behoort die taal tot de Germaanse tak van de Indo-Europese talen - dezelfde taalgroep waartoe ook het Nederlands, het Duits en het Engels behoren.

Het is in de optie rekening te houden met de originele taal dat wij ook beter voorkeur zouden geven aan óf hetzelfde gebruik van een woord óf om een gelijkaardige vertaling te gebruiken. Men kan niet voor één worod een bepaalde klinker of medeklinkerkeuze gebruiken terwijl men voor een ander woord een andere medeklinker en klinker keuze zou gaan toepassen. Zo kan de Yod in het Hebreeuws niet vervangen worden door een J terwijl men op een andere plaats de voorkeur geeft aan het gebruik van een Ypsolom. De Y zou in elke Germaanse taal moeten vertaald worden met een J, daarom niet Yahweh bijvoorbeeld, maar Jahwe. Maar die naam voor god is niet overeenkomstig de drieklank in het Hebreeuws waar het Yahuwhah klinkt als het Nederlandse Jehovah (of "Jehovwhah") Om die reden moet men dan ook opteren voor Jehovah als de meest geschikte omzetting van de Naam van God, de Hashem Elohim "Ik ben die ben".