Wednesday, 28 November 2012

Zuivere woorden vol Adem van de Allerhoogste

“1 En nu, Israël, hoor naar de geboden en inzettingen, die ik u leer, dat gij die doen zult; opdat gij leven moogt en inkomen en het land beërven, hetwelk de Heer, de God uwer vaderen, u geeft. 2 Gij zult niets toedoen tot hetgeen ik u gebied, en zult er ook niets afdoen; opdat gij bewaren moogt de geboden van den Heer, uwen God, die ik u gebied.” (Deuteronomium 4:1-2 NLB) “Dat zal bij hem zijn, en hij zal daarin lezen al de dagen zijns levens; opdat hij den Heer, zijnen God, lere vrezen, en onderhoude al de woorden dezer wet en deze inzettingen, om er naar te doen.” (Deuteronomium 17:19 NLB) “Ik bewaar uw woord in mijn hart, opdat ik niet tegen U zondige.” (Psalmen 119:11 NLB) “Heer, uw woord blijft eeuwig in den hemel.” (Psalmen 119:89 NLB) “Uw woord is ene lamp voor mijnen voet en een licht op mijnen weg.” (Psalmen 119:105 NLB) “119 Alle goddelozen der aarde werpt Gij weg als schuim, daarom bemin ik uwe getuigenissen. 120 Ik vrees voor U, dat mij de huid rilt, en ik sidder voor uwe oordelen. 121 Ik betracht recht en gerechtigheid, geef mij daarom niet over aan degenen, die mij geweld willen aandoen. 122 Bescherm uwen knecht en troost hem, opdat de hoovaardigen mij geen geweld doen. 123 Mijne ogen zien smachtend naar uw heil en naar het woord uwer gerechtigheid. 124 Handel met uwen knecht naar uwe genade, en leer mij uwe rechten. 125 Ik ben uw knecht, onderwijs mij, opdat ik uwe getuigenissen kenne. 126 Het is tijd, dat de Heer toetreedt: zij hebben uwe wet verscheurd. 127 Daarom bemin ik uwe geboden ver boven goud, ja boven het fijnste goud. 128 Daarom houd ik al uwe bevelen voor recht; ik haat den valsen weg. 129 ¶ Uwe getuigenissen zijn wonderbaar, daarom onderhoudt mijne ziel die. 130 Wanneer uw woord geopend wordt, verlicht het, en maakt de eenvoudigen verstandig.” (Psalmen 119:119-130 NLB) “alzo zal het woord, dat uit mijnen mond gaat ook zijn: het zal niet ledig tot Mij wederkomen, maar volvoeren hetgeen Mij behaagt, en voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zend.” (Jesaja 55:11 NLB) “16 Alle Schrift, van God ingegeven, is nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering, tot onderwijzing in de gerechtigheid, 17 opdat de mens van God volkomen zij, tot alle goed werk geschikt.” (2 Timotheüs 3:16-17 NLB) “6 (12-7) De redenen des Heren zijn louter, gelijk gelouterd zilver in een aarden smeltkroes, zevenmaal beproefd. 7 (12-8) Gij, Heer, wil hen toch bewaren, wil ons behoeden voor dit geslacht eeuwiglijk.” (Psalmen 12:6-7 NLB) “5 Alle woorden Gods zijn gelouterd: Hij is een schild voor allen, die op Hem vertrouwen. 6 Voeg niets tot zijne woorden toe, opdat Hij u niet straffe en gij leugenachtig bevonden wordt.” (Spreuken 30:5-6 NLB) “18 Want voorwaar Ik zeg u: Totdat hemel en aarde voorbijgaan, zal niet de kleinste letter noch één tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal geschied zijn. 19 Wie nu één van de kleinste geboden ontbindt, en de mensen alzo leert, die zal de kleinste zijn in het hemelrijk; maar wie ze doet en leert, die zal groot heten in het hemelrijk.” (Mattheüs 5:18-19 NLB) “Hemel en aarde zullen vergaan, maar mijn woorden zullen niet vergaan.” (Markus 13:31 NLB) “En het is lichter, dat hemel en aarde voorbij gaan, dan dat één tittel der wet weg valt.” (Lukas 16:17 NLB) “Want wat te voren geschreven is, is ons tot lering geschreven, opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schrift hoop zouden hebben.” (Romeinen 15:4 NLB) “maar het woord des Heren blijft in eeuwigheid". En dit is het woord, dat onder u verkondigd is.” (1 Petrus 1:25 NLB) “18 Ik betuig allen, die de woorden der profetie dezes boeks horen: indien iemand daaraan toevoegt, zo zal God hem de plagen toevoegen, die in dit boek geschreven zijn; 19 en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, zo zal God hem zijn deel afnemen van den boom des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn.” (Openbaring 22:18-19 NLB)