Monday, 28 December 2015

Een plaats voor een vreemdeling en een vluchteling

In vele streken zijn er deze dagen kerstvieringen gehouden. Ook al is Jezus Christus in oktober geboren houden de meeste christenen er aan om zijn geboortedag te vieren op de heidense geboortedag van het licht deels omdat zij ook het licht aanbidden.

Velen vergeten dat die man al heel vroeg, namelijk vlak na zijn geboorte, ook al een vluchteling moest zijn.

Niemand die op Heiland zit te wachten heeft er zin in om hem in die tijd al over hen te zien komen als regeerder:
 „Wij willen niet dat deze over ons koning zij.”
Hij is de ongewenste vreemdeling, in wie geen belang wordt gesteld. Voor hem, die de schoonste is van alle mensenkinderen, zijn alle deuren gesloten en alle harten afgegrendeld. Ieder zegt, met Pilatus:
"Wat moeten we met Jezus, de grote Buitenstaander, doen?
Zijn ouders die voor de volkstelling in 4vgt naar Bethlehem trokken verkrijgen ook geen plaats. Met heel die volksverhuizing is het druk en zijn de meeste herbergen volzet. De herbergier schudt zijn hoofd voor de vermoeide reizigers die helemaal uit het ver gelegen Nazareth komen. Het spijt hem wel, maar heus, álles is volgeboekt. Echt, hij heeft geen bed meer over. Alle plaatsen zijn bezet.

Voor hoogzwangere vrouwen werd er precies niet echt voor een goede oplossing gezocht. Als men bedenkt dat een opgeruimde stal slechts het enige was waar Maria kon bevallen en het kind in de voederbak kon leggen,
omdat voor hen lieden geen plaats was in de herberg.
Maar het staat opgetekend in de Geschriften. Diegene die God beloofde te zenden en waarover Hij al sprak in de Tuin van Eden moest in Bethlehem op deze aarde komen.
Het Volk van God had het kunnen weten dat de Christus der Schriften daar geboren zou worden. De profeten hadden het voorzegd, lang, lang geleden. Micha heeft Bethlehem genoemd, aangewezen, als de plaats waar het wonder van Gods genade aan het licht zou treden.
 „En gij Bethlehem Efratha! (...) Uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël” (Micha 5:1).
 En wij horen het ook te weten
 „Bethlehem is de stede, daar is ’t geschied voorwaar.”
Misverstand is uitgesloten.
Nochtans had en heeft de wereld van toen en nu geen boodschap aan Gods reddingsplan voor een wereld verloren in zonde en schuld. Er zijn niet bepaald veel mensen te vinden die eraan mee willen mee werken.
Toenertijd was er niet bepaald een vreugdeonthaal, geen ”Nu sijt wellecome” als welkomstlied, geen psalmen tot Gods eer. Maar ook nu is er niet bepaald een plaats in deze wereld, ook niet in het hart van zijn gunstgenoten, want straks slaat de schrik hen om het hart en slaan ze allen op de vlucht.

Velen ook willen hem niet herkennen voor wat hij werkelijk  is, een gezondene van God die de mensheid verlossing kan bieden. Zij willen maar niet geloven dat het mogelijk zou zijn dat een mens van vlees en bloed er in zou kunnen slagen volledig God's wil te doen in plaats van zijn eigen wil te voltrekken. Maar Jezus is die ene bijzondere mens die er in geslaagd is om zijn eigen wil opzij te zetten en volledig Gods wil te voltrekken.

De meesten Christenen achten zulks onmogelijk en verkiezen daarom in Jezus niet God te zien zoals God in ons hoort te zijn maar maken van Jezus hun god.

Voor diegene waarvoor in de stad van David geen plaats in herberg of huis was is vandaag ook geen plaats in hun hart of in hun huis. Hij die als baby op de vlucht moest gaan naar een ver land zou ook later in zijn leven nog vele mijlen zlef stappen en van de ene naar dea ndere plaats moeten trekken en zelfs meermaals de vlucht moeten nemen omdat het te warm onder zijn voeten werd;

Hij die opgroeide in Nazareth, een plaats voor verschoppelingen of minder begeerden, hoop huizen op een bedenkelijk kluitje in het verachte Galiléa. Nazareth, dáár kan toch niets goeds uit voortkomen! Straks is er zelfs in Jeruzalem, in de stad van koning David, geen plaats meer. Dan wordt Hij weggeleid.
 „Kruisig hem. Dood hem!”
Op het einde van zijn leven werd hij veracht en niet ontzien als een verwerpelijk wezen, als een vervloekte
„Vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt.”
En toch is Hij gekomen, de ongewenste vreemdeling, om te zoeken en zalig te maken wat verloren is, om plaats te maken waar geen plaats voor Hem was. Zelf is Hij de Rehoboth:
"De Heere heeft ruimte gemaakt: Zie, er is een plaats bij Mij.”
File:Krippe crib family w 3wisemen.JPG